Melodies and Desires
"Of course I’ll hurt you. Of course you’ll hurt me. Of course we will hurt each other. But this is the very condition of existence. To become spring, means accepting the risk of winter. To become presence, means accepting the risk of absence."
— The Little Prince (via ontelbaar)

(Source: psych-facts, via ontelbaar)

"Alles wat we liefhebben zal ons vroeg of laat ontsnappen, en toch hechten we ons eraan alsof het eeuwig zal bestaan."
— Emile, of over de opvoeding - J.J. Rousseau
Posted 2 months ago with 0 notes
"People have stars, but they aren’t the same. For travelers, the stars are guides. For other people, they’re nothing but tiny lights. And for still others, for scholars, they’re problems. For my businessman, they were gold. But all those stars are silent stars. You, though, you’ll have stars like nobody else."
— Antoine De Saint - Exupéry, The Little Prince (via cristina-lopez-acv2)
Our deepest fear - Marianne Williamson

Our deepest fear is not that we are inadequate.
Our deepest fear is that we are powerful beyond measure.
It is our light, not our darkness, that most frightens us.
We ask ourselves, Who am I to be brilliant,
gorgeous, handsome, talented and fabulous?
Actually, who are you not to be?
Your playing small does not serve the world.
There is nothing enlightened about shrinking
so that other people won’t feel insecure around you.
We are all meant to shine, as children do.
We were born to make manifest the glory within us.
It is not just in some; it is in everyone.
And, as we let our own light shine, we consciously give
other people permission to do the same.
As we are liberated from our fear,
our presence automatically liberates others.

Posted 5 months ago with 0 notes
Missen - Toon Tellegen

Op een ochtend klopte de mier al vroeg op de deur van de eekhoorn.
‘Gezellig,’ zei de eekhoorn.
‘Maar daar kom ik niet voor,’ zei de mier.
‘Maar je hebt toch wel zin in wat stoop?’
‘Nou ja … een klein beetje dan.’
Met zijn mond vol stroop vertelde de mier waarvoor hij gekomen was.
‘We moesten elkaar een tijdje niet zien,’ zei hij.
‘Waarom niet?’ vroeg de eekhoorn verbaasd. Hij vond het juist heel gezellig als de mier zo maar langs kwam. Hij had zijn mond vol pap en keek de mier met grote ogen aan.
‘Om erachter te komen of we elkaar zullen missen,’ zei de mier.
‘Missen?’
‘Missen. Je weet toch wel wat dat is?’
‘Nee,’ zei de eekhoorn.
‘Missen is iets wat je voelt als iets er niet is.’
‘Wat voel je dan?’
‘Ja, daar gaat het nou om.’
‘Dan zullen we elkaar dus missen,’ zei de eekhoorn verdrietig.
‘Nee,’ zei de mier, ‘want we kunnen elkaar ook vergeten.’
‘Vergeten! Jou?!’ riep de eekhoorn .
‘Nou,’ zei de mier. ‘Schreeuw maar niet zo hard.’
De eekhoorn legde zijn hoofd in zijn handen.
‘ Ik zal jou nooit vergeten,’ zei hij zacht.
‘Nou ja,’ zei de mier. ‘ Dan moeten we nog maar afwachten. Dag!’
En heel plotseling stapte gij de deur uit en liet zich langs de stam van de beuk naar beneden zakken.
De eekhoorn begon hem onmiddellijk te missen.
‘Mier,’ riep hij ‘ik mis je!’ Zijn stem kaatste heen en weer tussen de bomen.
‘Dat kan nu nog niet!’ zei de mier. ‘Ik ben nog niet eens weg!’
‘Maar toch is het zo!’ riep de eekhoorn.
‘Wacht nou toch even,’klonk de stem van de mier nog uit de verte.
De eekhoorn zuchtte en besloot te wachten. Maar hij miste de lier steeds heviger. Soms dacht hij even aan beukenotenmoes, of aan de verjaardag van de tor, die avond , maar dan miste hij de mier weer.
’s Middags hield hij het niet langer uit en ging hij naar buiten. Maar hij had nog geen 3 stappen gedaan of hij kwam de mier tegen moe, bezweet, maar tevreden.
‘Het klopt,’ zei de eekhoorn. ‘Ik mis jou ook. En ik ben je niet vergeten.’
‘Zie je wel,’ zei de eekhoorn..
‘Ja,’ zei de mier. En met hun armen om elkaars schouders liepen zij naar de rivier om naar het glinsteren van de golven te gaan kijken

onvoltooid:

Geert Janssen
liefdesbrieven:

- Judith Herzberg
florels:

✿☼
Sunrise in Sweden
Sunrise in Sweden
Waar dan ook buiten de wereld - Charles Baudelaire

Dit leven is een ziekenhuis waarin iedere zieke beheerst wordt door het verlangen van bed te veranderen. De een zou liever ziek liggen voor de kachel, de ander meent dat een plaats aan het raam hem genezing zou brengen.

En ik, ik denk dat ik altijd daar wil zijn waar ik niet ben. Deze kwestie van verhuizen is een onderwerp van onophoudelijke discussie met mijn ziel.

‘Mijn ziel, arme verkilde ziel, zeg eens, wat zou je ervan denken om in Lissabon te wonen? Het moet daar warm zijn en je zou er weer levendig worden als een hagedis. Die stad ligt aan het water; ze zeggen dat ze uit marmer is opgebouwd en dat de bewoners er zo’n hekel hebben aan al wat plantaardig is, dat ze iedere boom uit de grond rukken. Daar heb je een landschap naar je hart: een landschap dat bestaat uit licht en mineraal en uit een vloeibaar element om ze te weerspiegelen.’

Mijn ziel antwoord niet.

‘Je houdt toch zo van rust, terwijl je het oog hebt op bedrijvigheid. Wil je dan niet in Holland gaan wonen, dat land van geluk? Je zou je misschien best vermaken in die contreien, waarvan je het beeld zo vaak bewonderd hebt in de musea. Wat denk je van Rotterdam? Je houdt toch van de wouden van masten en van de schepen die aan de voet van de huizen liggen aangemeerd?’

Mijn ziel blijft zwijgen.

‘Zou Batavia je misschien meer aanstaan? We treffen er de Europese geest aan, verbonden met tropische schoonheid.’

Geen woord - Zou mijn ziel dood zijn?

‘Ben je dan zo afgestompt dat je alleen nog maar behagen schept in je ellende? Als dat zo is, laten we dan vluchten naar landen die gelijkenis vertonen met de Dood. - Ik weet het, arme ziel! We pakken onze koffers en vertrekken naar Torneo. Nee, laten we nog verder gaan, naar de verste uiteinden van de Oostzee. Of nog verder van het leven weg als het kan, laten we ons bivak opslaan op de noordpool. Daar strijkt het zonlicht nog maar schuin langs de aarde. De langzame overgangen van licht naar duister vlakken ieder verschil uit en verhogen de eentonigheid die al de helft van het niets vormt. Daar kunnen we ons langdurig onderdompelen in de duisternis, terwijl het noorderlicht zo nu en dan zijn roze bundels op ons afstuurt, als de weerschijn van een vuurwerk uit de Hel!’

Eindelijk barst dan mijn ziel los en heel wijs schreeuwt ze: ‘Het geeft niet waar! Het geeft niet waar! Als het maar buiten deze wereld is!’

Posted 11 months ago with 1 note
"Wees altijd dronken! Dat is alles, het enige wat er toe doet. Om niet de helse last te voelen van de Tijd die je schouders breekt en je naar de aarde drukt, moet je je onophoudelijk bedrinken. Maar waaraan? Aan wijn, aan poëzie of aan deugdzaamheid, net wat je wilt. Maar bedrink je. En mocht je soms ontwaken op de trappen van een paleis, in het groene gras van een greppel, in de sombere eenzaamheid van je kamer, en merken dat de dronkenschap al verminderd of verdwenen is, vraag dan aan de wind, de golven, de sterren, de vogels en de klok, aan al wat vliedt, al wat zucht, al wat rolt, zingt of spreekt, vraag dan hoe laat het is; en de wind, de golven, de sterren, de vogels en de klok zullen je antwoorden: “Het is tijd om dronken te worden! Bedrink je om geen gemartelde slaaf van de Tijd te zijn; bedrink je altijd maar weer! Aan wijn, poëzie of aan deugdzaamheid, net wat je wilt."
— Charles Baudelaire (via liefdesbrieven)
Posted 1 year ago with 10 notes